Stilte is het lawaai van bezinning
 
Johan Parmentier Inhuldigingsdag Landschapsdichter 2009 Inhuldigingsdag Landschapsdichter 2009 Inhuldigingsdag Landschapsdichter 2009 Het atelier van het landschap, 2008 Raph Buedts Inhuldigingsdag Landschapsdichter 2009
Nieuws arrow projecten arrow Woordkunst - Eric Bracke
Woordkunst - Eric Bracke Afdrukken E-mail

Neerslag van de woorden van Eric Bracke over de landschapsdichter en de "Het atelier van het landschap" - tentoonstelling tijdens de officiele inhuldigingsreceptie op 8 juni 2008.

Eric Bracke
Eric Bracke

Dames en heren,

Het is dinsdagavond. In Uitbergen, op een verborgen plek met een prachtige vijver waar ik nooit eerder geweest ben, maait Jan De Meester de netels. Andere mensen van de vzw Derdeoever dragen houten balken aan. Dat blijken later de werken van Raf Buedts te zijn, twee banken om op te zitten en zeven sculpturen die met hun gespreide pikkels aan schilderezels doen denken. Dichter Roland Jooris beent door het lange gras alsof hij zich in een tentoonstellingsruimte bevindt. Een lichte opwinding maakt zich van hem meester terwijl hij op zoek gaat naar de juiste positie van de sculpturen in het weelderig groen bij de vijver.

‘Maar is dat nu niet prachtig?’, roept hij uit. ‘Kijk daar eens, dat staat daar toch fantastisch. Van hier uit moet je het eens bezien. Wat denk je, Raf? Is dat nu niet schoon? Schoon, hé?’

Zo gaat dat door tot alles zijn plaats heeft gevonden in de natuur. Zelfs het scheefgezakte stalletje en de gecamoufleerde verschansing van de vogelaar aan de oever maakt uiteindelijk deel uit van het nieuwe geheel dat door de kunstenaars Het Atelier van het Landschap is gedoopt. Niets moet ervoor wijken, alles heeft zijn rechten: het groen, de vijver, de wanstaltige houtstapel en de kunst, alles verdraagt elkaar in een onnadrukkelijke, kwetsbare harmonie. Zelfs de hoge begroeiing op de oever die de vijver deels aan het oog onttrekt, mag blijven van de kunstenaars. Zo houdt de idyllische plek nog een verrassing achter de hand voor de bezoeker die aan één vluchtige oogopslag niet genoeg heeft.

Als alles klaar is en de veerman pils heeft uitgedeeld, wordt zelfs Roland Jooris er stil van. ‘Waarom zou een mens nog op reis gaan’, zucht hij terwijl hij over het wateroppervlak tuurt. Hij wijst naar een ezel aan de rand van de vijver. Een landschapsschilder zou hem daar neergezet kunnen hebben om de oever aan de overkant vast te leggen. ‘Waarom zou je dat vandaag niet meer mogen schilderen?, vraagt de dichter me een tikkeltje uitdagend.

‘Alles kan’, zeg ik, ‘ook vanavond.’ En terwijl we onze spullen bijeenrapen, zegt de veerman: ‘t’Is prachtig. En ik ben content omdat de kunstenaars content zijn.’

Het was inderdaad prachtig die avond, dat gevoel had iedereen die aanwezig was. Het leek alsof het milde strijklicht boven de vijver samenspande met de energie van de kunstenaars en de plek aan het einde van de dag zachtjes liet gloeien.

Dames en heren,

Het is zondagochtend. Vandaag bent u deelgenoot aan een uniek gebeuren. Niet omdat een landschapsdichter een primeur zou zijn, Zuid-West-Vlaanderen heeft er al één en ook in de provincie Oost-Vlaanderen mag een dichteres het platteland berijmen. Maar bijzonder in Schellebelle is hoe Roland Jooris de uitnodiging van de vereniging Derdeoever heeft beantwoord. In al zijn terughoudendheid zegt zijn invulling van wat aanvankelijk een poëzieroute moest worden, veel over de manier waarop de dichter in het leven staat en naar kunst kijkt, twee dingen die bij hem onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. U zal geen panelen langs het pad vinden dat dederdeoever heeft uitgestippeld. Jooris wil de beleving van het landschap niet contamineren met panelen met woorden. Hij laat zich liever inspireren door de attitude van de schilders die in de 19de eeuw met hun veldezel onder de arm de natuur introkken. Zoals de impressionisten die het effect van het wisselend licht op het landschap wilden vatten. Of zoals Cézanne, die als de vader van de moderne kunst wordt geroemd, en toch ruim tachtig keer zijn berg buiten Aix-en-Provence ging schilderen.

Veldezels, de versie van Buedts, met daarop een doek, zal u ook zien in Het Atelier van het Landschap. De paneeltjes zijn niet beschilderd maar beschreven met potlood, zoals de dichter zijn wit blad met verzen beschrijft. De opstelling drukt het verlangen van de kunstenaars uit om in de lijn met de plein-air-schilders de atmosfeer van het landschap te vangen, het verlangen naar een plastisch-talig dialoog met de natuur.

Roland Jooris is altijd een dichter geweest aan de rand van de plastische kunst. Al in de jaren zeventig exposeerde hij gedichten in de avant-garde galerie Plus-kern te Gent. Over het oeuvre van de vele kunstenaars met wie hij mee op pad is gegaan, onder wie Raf Buedts, heeft hij vele beschouwende teksten geschreven. Ook in zijn poëzie loert de beeldende kunst heel dikwijls om de hoek. Dat geldt minstens evenzeer voor de natuur, de weiden en het akkerland. Jooris is nochtans geen romantisch dichter die de natuur gebruikt om zijn zieleroerselen en diepste emoties te uiten. Zijn blik registreert wel, maar zijn persoon is uitgegomd en verdwijnt in de witregels. Je hoort zijn roep, maar hij blijft zelf onvindbaar als een koekoek in de meersen.

Roland Jooris is bij uitstek een zintuiglijk en concreet dichter die de woorden proeft en betast als was taal een materiële substantie. Zoals een beeldhouwer aan een beeld hakt, zo schrijft, schaaft, schrapt en schraapt Jooris zich een gedicht bij elkaar. Zijn verzen krassen als kraaien en zijn nu eens ruw als een rasp en dan weer glad als een kei.

Een verwante, ongepolijste tactiliteit vindt men in het werk van Raf Buedts. Ook hij leeft op gespannen voet met de schilderkunst, die voor hem als een oud lief is dat hij maar niet uit zijn hoofd kan zetten. Zijn sculpturen die in Het Atelier van het Landschap zeven van Roland Jooris zijn beeldende gedichten dragen, bewijzen dat nog maar eens.

Dames en heren, ik dank u voor uw aandacht..

Eric Bracke

 
Alle rechten voorbehouden © 2008