|
Onze maatschappij is onderhevig aan verschillende stromingen, evoluties. Eén van deze
stromingen is de culturele vooruit- of achteruitgang.
Het water stroomt in een rivier vooruit of achteruit, en wordt tegengehouden door haar
oevers. Als de oevers er niet zijn dan zou het water vlak en ondiep worden, de inhoud zou
verdwijnen. Hoe langer het water beweegt tussen de oevers, hoe meer de oevers
afbrokkelen. Zo gaat het ook met de culturele evolutie.
We kunnen een stroom niet tegenhouden, we kunnen de erosie niet tegenhouden, we
kunnen het afbreken van de oevers niet tegenhouden tenzij door technische en
kunstmatige ingrepen.
Maar de mens zou zichzelf niet zijn moest hij niet zoeken naar alternatieven. Naar
middelen om de stroming hier en daar een steun te geven, een nieuwe oever, een oever
die er vroeger niet was.
Mensen leven in Schellebelle, langs de oevers. De Schelde stroomt hier vooruit en
achteruit. Maar is het toeval dat de twee oevers twee uitersten zijn?
Een linkeroever met de natuur en haar idyllische droombeelden centraal. Een
rechteroever met harde zakelijkheid en materialisme in het centrum. Een echte stroom en
een symbolische stroming scheidt deze twee oevers. En de mens, hier als veerman
verbindt ze telkens opnieuw. Vroeger heeft de mens in Schellebelle de Schelde verplaatst,
de mens heeft nieuwe oevers gebouwd en steeds volgehouden de oevers te verbinden.
Maar deze verplaatsing, deze nieuwe oevers hebben niets veranderd aan de stroming.
Twee nieuwe oevers, nu droom en werkelijkheid, blijken niet voldoende om de
vervlakking van de stroming tegen te houden.
De mens kan enkel een ander mens worden op een nieuwe oever. |